Onderwijs op de Westhoek

Activiteiten in de onderbouw

Werkwijze

De werkwijze in groep 1 en 2 verschilt van die in andere groepen. De inrichting van het lokaal en de manier van werken is anders. Elke ochtend hebben we een korte inloop. Na de inloop gaan we over tot de kring. Tijdens de inloop kan het kind eerst even zijn verhaal kwijt (al spelend en vertellend). De één is vroeger op school dan de ander en dan hoeven de kinderen niet zolang te wachten in de kring. Het werken gebeurt vanuit een kring. In die kring begint de schooldag en hierin keren de kinderen steeds weer terug. Er wordt veel gewerkt en gespeeld in hoeken, maar ook aan tafels, in de gymzaal en op het schoolplein. We gaan ervan uit dat alle kinderen verschillende onderwijsbehoeften hebben (adaptief onderwijs). Daarom werken we met het DORR-pakket (Dagelijkse Observatie Registratie en Rapportage) dat bovenschools is ontwikkeld. Het omvat de volgende vier vormen van onderwijs:

a. Kindvolgend onderwijs

Bij deze vorm van onderwijs worden kinderen alleen gevolgd in hun ontwikkeling. De kinderen mogen vrij spelen en eigen keuzes maken. De leerkracht observeert en maakt notities van opvallende zaken. Kindvolgend onderwijs vindt op bepaalde momenten van de dag plaats, bijvoorbeeld tijdens vrij spel binnen of buiten.

b. Ontdekkend onderwijs

Bij het ontdekkende onderwijs worden zelfontdekkende situaties aangeboden. Kinderen worden gestimuleerd tot zelf ontdekken. Vooral bij het werken in thema’s komt deze vorm van onderwijs aan bod. Ook bijvoorbeeld in de schrijf- en luister- of ontdekhoek zien we deze vorm van onderwijs terug.

c. Ontwikkelend onderwijs

Bij het ontwikkelend onderwijs worden de basisvaardigheden aangeboden in vooropgestelde onderwijsleer-inhouden die aangegeven worden bij de periodeplanning. De leerkracht sluit aan bij de ontwikkeling van het kind en probeert deze uit te bouwen.

d. Sturend onderwijs

Sturend onderwijs wordt gegeven aan kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Het hulpprogramma dat aangeboden wordt staat omschreven in een handelingsplan en de vorderingen worden bijgehouden in een klassenboek.

Wij gebruiken voor een beredeneerd aanbod de jaar- en periodeplanning. Deze zijn vastgesteld aan de hand van de ontwikkelingslijnen die op de individuele leerlingenkaart voor groep 1 en 2 worden aangegeven. Ook gebruiken we een weekplanning en een dagboek waarin de leerkracht de ondernomen activiteiten per week kan voorbereiden. Voor alle kinderen gebruiken we een observatiekaart voor groep 1 en 2. Deze kaart moet minstens drie keer per jaar (november, januari en juni) ingevuld worden.

Organisatie van het onderwijsleerproces in de overige groepen

Groeperingsvormen

We werken in het jaarklassensysteem met homogene leeftijdsgroepen. Binnen de groepen vindt differentiatie plaats. Elke leerkracht heeft een combinatiegroep. We kennen de volgende combinatiegroepen:

groep 1-2, 3-4 en groep 5-6. Door de fusiegarantie kunnen de overige groepen worden gesplitst. Er vinden regelmatig groepsoverstijgende activiteiten plaats. De werkwijze in de groepen en de inrichting van de lokalen wordt beïnvloed door elementen van de Daltonwerkwijze.

Basisvaardigheden

De basisvaardigheden hebben een prominente plaats op het lesrooster in de groepen. In groep 3 wordt verder inhoud gegeven aan de beginselen van de basisvaardigheden lezen, taal schrijven en rekenen. Vanaf groep 4 wordt wat de basisvaardigheden betreft voortgeborduurd op dat wat in groep 3 in gang is gezet. Wij gebruiken daarbij per vakgebied moderne methodes waarin de doorgaande lijn en de kerndoelen zijn gewaarborgd.